In de Overtuin

De website waar muziek in zit !




Home

Volksliedjes A
Volksliedjes B
Volksliedjes C
Volksliedjes D
Volksliedjes E
Volksliedjes F
Volksliedjes G
Volksliedjes H
Volksliedjes I
Volksliedjes J
Volksliedjes K
Volksliedjes L
Volksliedjes M
Volksliedjes N
Volksliedjes O
Volksliedjes P
Volksliedjes R
Volksliedjes S
Volksliedjes T
Volksliedjes U
Volksliedjes V
Volksliedjes W  /  Wi
Volksliedjes IJ
Volksliedjes Z

Wilhelmus

Volkslied provincies

Zoek !

















Info

Inhoud website:
volksliedjes - nederlandse volksliedjes E - ruim 150 oude bekende traditionele volksliederen - complete teksten klassieke oude liedjes tekst en muziek nederlands volkslied nederland nederlands lied liedje nederlandstalig volksliedje nederlandstalige liederen

Trefwoorden: songtekst songteksten songtext liedtekst liedteksten ouderwets ouderwetse liedjes van vroeger liederen uit grootmoeders tijd nederlandse liedjes nederland holland hollandse liedjes liedboekjes zingen meezingen oud liedje uit het verleden jeugd vorige eeuw auteur componist volksmuziek liedblaadjes muziekgeschiedenis

Varianten: er was een oorlogschip egidius waer bestu bleven egidius waar bestu bleven egidius waar ben je gebleven egidius waar ben jij gebleven
Nederlandse volksliedjes
 ∼  E  ∼ 


               


Lidwoorden zijn overgeslagen bij alfabetisering.
Liedjes die beginnen met Een, Ene, enz.:
zie beginletter tweede woord.



Egidius, waer bestu bleven?
Mi langt na dij, gezelle mijn;
du koors die dood, du liets mij 't leven
dat was gezelschap goed ende fijn,
het scheen t'een moeste gestorven zijn

Nu bestu in de troon verheven
klare dan der zonnen schijn.
Alle vreugd is dij gegeven.

Egidius, waer bestu bleven?
Mi langt na dij, gezelle mijn;
Du koors die dood, du liets mij 't leven.

Nu bid voor mij, ik moet nog sneven
end' in de wereld lijden pijn.
Verware mijn stede di beneven.
Ik moet nog zingen een liedekijn;
nochtan moet emmer gestorven zijn.

Egidius, waer bestu bleven?
Mij langt na dij, gezelle mijn;
Du koors di dood, du liets mij 't leven
dat was gezelschap goed ende fijn,
het scheen t'een moeste gestorven zijn


Middeleeuws lied.

(Jan Moritoen)

bestu: ben jij / mij langt na dij (spr. uit: mi ... di):
ik verlang naar jou / koors: smaakte / troon: hemel /
klare: stralender / sneven: ongelukkig zijn /
verware mijn stede: behoed mijn plaats naast jou

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Handschrift Gruuthuse (1400)   KB
Pollmann en Tiggers, p138-139 (zie: Bronnen).







Er ligt tussen Dinkel en Regge een land
Ons schone en nijvere Twente
Het land van de arbeid het land der natuur
Het steeds onvolprezene Twente
Daar golft op de essen het goudgele graan
Doet 't snelvliedend beekje het molenrad gaan
Daar ligt er de heide in 't paarsrode kleed
Dat is 't ons zo dierbare Twente (2x)

Waar Twickel zijn torens uit 't eikenloof heft,
De Lutte zijn heuvels doet blinken,
De paasvuren branden alom in 't rond,
En 't landvolk den kersthoorn laat klinken.
Daar stroomt onze Dinkel, zo heerlijk door 't land,
Door bossen en velden, door 't Losserse zand,
Daar rust er ons oog van der heuvelen top,
Op 't heerlijke landschap, ons Twente (2x)

De rookwolk die stijgt aan de horizon op
Die wijst ons de nijvere steden,
Met mensen, arbeidzaam en degelijk, bewoond
De zetels van 't krachtige heden.
Naar buiten in de boerschap op heide en veld,
Daar wordt nog de sage en 't sprookje verteld,
Daar rust de Tubanter in 't heuvelig graf,
't verleden naast 't heden van Twente (2x)

En voert ons het lot uit Twente soms weg,
Wij blijven het immer gedenken,
Geen landstreek, hoe schoon ze ook zij,
Kan 't zelfde als Twente ons schenken,
Wij drukken elkaar in de vreemde de hand,
Gedenken ons klein maar zo dierbare land
En moge ons huis in den vreemde ook staan,
Ons hart blijft toch altijd in Twente (2x)


Twents volkslied






Er schommelt een wiegje in 't bloeiende hout,
een wiegje met bloemen gordijntjes.
Dat hadden twee vogeltjes samen gebouwd
en zie eens hoe keurig en fijntjes!
Als 't windeke speelt, de loverkens streelt,
dan schommelt het tedere wiegelijn mee,
als 't scheepje op deinende zee.

In 't schommelend wiegje is wonder geschied,
uit d' eitjes zijn jongen geboren.
Nu zingt in verrukking het gaaike zijn lied,
een liedeke zoet om te horen.
Hoe 't jubelt door 't hout,
hoe 't schatert door 't woud.
En moedertje dekt ze, van 't luist'ren niet moe,
met koest'rende vleugeltjes toe.


Bekend onder de titel: Vogelnestje.

Tekst: S. Abramsz.
Muziek: L.A. van Tetterode.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).







Er was een oorlogsschip, er was een oorlogsschip,
dat was al op een duimpje na
gezonken op een klip,
dat was al op een duimpje na
gezonken op een klip.

En er was een oude vrouw, en er was een oude vrouw,
die nam het hele oorlogschip
en stak het in haar mouw,
die nam het hele oorlogschip
en stak het in haar mouw.

En 't vlees was daar goedkoop, en 't vlees was daar goedkoop,
men kocht er vijfentwintig pond
voor een gladhouten knoop,
men kocht er vijfentwintig pond
voor een gladhouten knoop.

En dan nog vrij tehuis, en dan nog vrij tehuis,
van dragers die niet groter zijn
dan een verdroogde luis,
van dragers die niet groter zijn
dan een verdroogde luis.

Het overige was van glas, het overige was van glas,
nu vraag ik aan een iedereen
of dat geen wonder was,
nu vraag ik aan een iedereen
of dat geen wonder was.









Drie zingende vrouwen met liedblaadje,
17e eeuw.
(gravure uit Helena, Krul 1634)




               






Home     Bronnen     Zoek     Kinderliedjes     Links     Gastenboek     Colofon