In de Overtuin

De website waar muziek in zit !
Nederlandse volksliedjes - Zoek!

alfabetisch             ↓↓ op thema             ↓↓↓ chronologisch




Compleet alfabetisch overzicht
van de beginregels van alle liedjes
op deze website


Klik op de betreffende beginregel
om naar de pagina te gaan waarop het liedje te vinden is.






A

Aan d' oever van een snelle vliet
Aan de rand van Hollands gouwen
Al die willen te kaap'ren varen
Alle man van Neerlands stam
Alle mijn gepeis doet mij zo wee
Als de kat van huis is dansen de muizen
Als de winter vlucht voor de lentelucht
Als goede kind'ren slapen zacht
Arge winter gij zijt koud


B

Ain boer wol noar zien noaber tou
De boer had maar ene schoen
De bloempjes gingen slapen
Boven Gent rijst eenzaam en grijsd


C

..


D

Daar klingelt een klokje met zilveren klank
Daar kwam ene boer van Zwitserland
Daar gingen twee gespeelkens goed
Daar loopt door 't gehucht een wonder gerucht
Daar staat een klooster in Oostenrijk
Daar was een sneeuwwit vogeltje
Daar was een wuf die spon
Daar was laatst een meisje loos
Daar zou een meisje gaan halen wijn
Het daghet in den oosten
Dat gaat naar Den Bosch toe
Din din din dy kwam fan Brugge
Doen Hanselijn over der heide reed
Drie ganzen in het haverstro
Drie Schuintamboers
Dubbele Jan


E

Egidius waer bestu bleven
Er ligt tussen Dinkel en Regge een land
Er schommelt een wiegje in 't bloeiende hout
Er was een oorlogsschip


F

Ferme jongens, stoere knapen
Frysk bloed tsjoch op


G

Galathea siet den dagh comt aen
Geen dierder plek voor ons op aard
Gekwetst ben ik van binnen
Gelders dreven zijn de mooiste
Gelukkig is het land
Gildebroeders maakt plezieren


H

Hannes loopt op klompen
Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
Help nu uzelf zo helpt u God
Here kere van ons af
Heer Halewijn zong een liedekijn
Hier is onze fiere Pinksterblom
Hoe zachtkens glijdt ons bootje
Holland ze zeggen
Holland met zijn malse wei
Hollands vlag je bent mijn glorie
Hoort zegt het voort dat nu jong Nederland
Hopsa heisasa 't is in de maand van mei ja ja


I

Ik ben een ferme sterke jongen
Ik heb u lief mijn heerlijk landje
Ik stond op hoge bergen
Ik zeg adieu, wij twee
Ik zie die morgensterre
In een blauw geruite kiel
In 't groene dal, in 't stille dal
In naam van Oranje
't Is Sint Anna die komt aan


J

Jan Pierewiet
Jeugdig volkje ras ras ras


K

Een karretje op een zandweg reed
Klein vogelijn op groene tak
Kleine waterdropp'len, kleine korr'len zand
Kling klang kling klang over het woud
't Knaapje zag een roosje staan
Koeltjes suiz'len, doen rits'len het loover
Komt en laat ons dansen springen
Komt hier albij en hoort een klucht (Pierlala)
Komt vrienden in den ronde (het slijperswiel)
Kom nu met zang van zoete tonen
Kwezeltje wilde gij dansen


L

Laat zang en spel tamboer en fluit
Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
Langs de d'oude Rijnstroom


M

Mama ik wil een man hê
De meimaand is in 't land lief kind
Een meisje moest om water gaan
Merk toch hoe sterk
Moeke doar staait 'n vrijer oan de deur
Molenaartjes wind is zuidenwind
My Sarie Marais


N

Die nachtegaal die zank een lied
's Nachts rusten meest de dieren
Natuur ligt in dromen verzonken
Noord-Holland, ik houd van het groen
Nu breekt uit alle twijgen


O

O schitterende kleuren van Nederlands vlag
O Nederland let op uw zaak
Op de grote stille heide
Op meisjes in den rondedans
L'oiselet a quitté sa branche


P

De paden op de lanen in
Plompaard en zijn wuvetje


R

't Ros Beyaard doet zijn ronde
Rijk God wie zal ik klagen


S

Een scheepje in de haven landt
Schoon lief hoe ligt gij hier en slaapt
Sikkels klinken sikkels blinken
Slaat op den trommele van dirre dom deine
Het spruit aan de bomen
Stort tranen uit schreit luide


T

Tandernaken al op den Rijn
Toen den Hertog Jan kwam varen
Toen Hanselijn over de heide reed


U

Den uil die op den peerboom zat
Uren, dagen, maanden, jaren


V

Van Lauwerszee tot Dollard tou
De vastenavond die komt an
Viva viva la musica
Het viel een hemels dauwe
Het voer een maagdelijn over de Rijn
Een vriendelijk aardig vogelijn


W

Het waait een windeken koel uit den oosten
Waar dat men zich al keert of wendt
Waar de blanke top der duinen
Waar der beuken breede kronen
Waar ik ga waar ik sta
Waar in 't bronsgroen eikenhout
Waar wij steden doen verrijzen
Het waren twee koningskinderen
Het was een kind zo kleinen kind
Wat voor vijand derft ons naken
Wat zullen onze patriotjes eten
Wel Anne Marieken waar gaat gij naar toe
Wie gaat mee gaat er mee over zee
Wie rusten wil in 't groene woud
Wie wil er mee naar Wieringen varen
Wie was diegene die die loverkens brak
Wilhelmus van Nassouwe
Willen wij het haasken jagen door de hei
Wilt heden nu treden voor God den Heere
Het windje steekt op hoor het roept ons naar zee
Den winter is een onweerd gast
Die winter is vergangen (schijn)
Die winter is vergangen (virtuit)
Des winters als het regent
Word wakker, 't zonnetje is al op
Wij leven vrij wij leven blij
Wij willen Holland houden
Wij willen van den kerels zingen
Wij zijn al bijeen al goe kadulletjes


IJ

..


Z

Zachtjes klinkt het avondklokje
Zomer is 't in bos en velden
't Zonnetje gaat van ons scheiden
't Zonnetje schijnt zoo heerlijk schoon
Het zoude een schamel mersenier
Zuid- Holland met je weiden












Bovenstaande liedjes
ingedeeld op thema.


Klik op de betreffende beginregel
om naar de pagina te gaan waarop het liedje te vinden is.


Liefdesliedjes

Arge winter gij zijt koud
Daar gingen twee gespeelkens goed
Galathea siet den dagh comt aen
Ik zie die morgensterre
Die nachtegaal die zank een lied
Het viel een hemels dauwe


Liefdesverdriet

Alle mijn gepeis doet mij zo wee
Daar was een sneeuwwit vogeltje
Het daghet in den oosten
Gekwetst ben ik van binnen
's Nachts rusten meest de dieren
Rijk God, wie zal ik klagen
Schoon lief hoe ligt gij hier en slaapt
Het waren twee koningskinderen


Over liefde, divers

Daar staat een klooster in Oostenrijk
Daar zou een meisje gaan halen wijn
Drie Schuintamboers
Ik stond op hoge bergen
Het voer een maagdelijn over de Rijn
Het waait een windeken koel uit den oosten
Den winter is een onweerd gast
Die winter is vergangen (schijn)


Afscheid, dood

Egidius waer bestu bleven
Ik zeg adieu, wij twee, wij moeten scheiden


Verhalend, anekdotisch, event. moralistisch

Aan d' oever van een snelle vliet
Doen Hanselijn over de heide reed
Dubbele Jan
Heer Halewijn zong een liedekijn
Een karretje op een zandweg reed
't Knaapje zag een roosje staan
Tandernaken al op den Rijn
Het was een kind, zo kleinen kind
Zachtjes klinkt het avondklokje


Vrolijke of grappige liedjes

Ain boer wol noar zien noaber tou
Al die willen te kaap'ren varen
De boer had maar ene schoen
Daar kwam ene boer van Zwitserland
Daar loopt door 't gehucht een wonder gerucht
Daar was een wuf die spon
Daar was laatst een meisje loos
Dat gaat naar Den Bosch toe
Er was een oorlogsschip
Hannes loopt op klompen
't Is Sint Anna die komt aan
Komt hier albij en hoort een klucht (Pierlala)
Komt vrienden in den ronde
Kwezeltje wilde gij dansen
Een meisje moest om water gaan
Moeke doar staait 'n vrijer oan de deur
Molenaartjes wind is zuidenwind
Plompaard en zijn wuvetje
Den uil die op den peerboom zat
Wat zullen onze patriotjes eten
Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe
Willen wij het haasken jagen door de hei
Des winters als het regent
Wij willen van den kerels zingen
Wij zijn al bijeen al goe kadulletjes
Het zoude een schamel mersenier


Feestdagen

Gildebroeders maakt plezieren (St. Cecilia)
Hier is onze fiere Pinksterblom
Jeugdig volkje ras ras ras (vastenavond)
De vastenavond die komt an


Religieuze liederen

Als goede kind'ren slapen zacht
In 't groene dal, in 't stille dal
Klein vogelijn op groene tak
Kling klang kling klang over het woud
Kom nu met zang van zoete tonen
Wilt heden nu treden voor God den Heere


Moralistische liederen

Kleine waterdropp'len, kleine korr'len zand
Uren, dagen, maanden, jaren


Slaapliedjes

De bloempjes gingen slapen
Daar klingelt een klokje met zilveren klank
't Zonnetje gaat van ons scheiden


Geuzenliederen (80-j. oorlog)

Gelukkig is het land
Help nu uzelf zo helpt u God
Here kere van ons af
In naam van Oranje doe open de poort
Laat zang en spel tamboer en fluit
Merk toch hoe sterk
O Nederland let op uw zaak
Slaat op den trommele van dirre dom deine
Stort tranen uit schreit luide
Waar dat men zich al keert of wendt
Wilhelmus van Nassouwe
Wilt heden nu treden voor God den Heere


Historische liederen

Boven Gent rijst eenzaam en grijsd (Roeland, Belfort Gent)
Heb je van de zilveren vloot wel gehoord (Piet Hein)
In een blauw geruite kiel (Michiel de Ruyter)
't Ros Beyaard doet zijn ronde
Toen den Hertog Jan kwam varen
Wat voor vijand derft ons naken (Ros Beyaard)
Wat zullen onze patriotjes eten
Wie was diegene die die loverkens brak (Munster)


Over Nederland

Alle man van Neerlands stam
Holland ze zeggen: je grond is zoo dras
Holland met zijn malse wei
Hollands vlag je bent mijn glorie
O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag
Waar de blanke top der duinen
Wij leven vrij wij leven blij
Wij willen Holland houden


Provincies, landstreken

Er ligt tussen Dinkel en Regge een land (Twente)
Waar der beuken breede kronen (Gelderland)
Alle provincieliederen


Natuur, seizoenen

Als de winter vlucht voor de lentelucht
Er schommelt een wiegje in 't bloeiende hout
Het spruit aan de bomen
Hopsa heisasa 't is in de maand van mei ja ja
In 't groene dal, in 't stille dal
Koeltjes suiz'len, doen rits'len het loover
De meimaand is in 't land lief kind
Natuur ligt in dromen verzonken
Nu breekt uit alle twijgen
Op de grote stille heide
Sikkels klinken sikkels blinken
Een vriendelijk aardig vogelijn
Wie rusten wil in 't groene woud
Die winter is vergangen (virtuit)
Word wakker, 't zonnetje is al op
Zomer is 't in bos en velden
't Zonnetje schijnt zoo heerlijk schoon


Varen, wandelen

Al die willen te kaap'ren varen
Ferme jongens, stoere knapen
Hoe zachtkens glijdt ons bootje
Hoort zegt het voort dat nu jong Nederland
De paden op, de lanen in
Een scheepje in de haven landt
Wie gaat mee, gaat er mee over zee
Wie wil er mee naar Wieringen varen
Het windje steekt op hoor het roept ons naar zee


Muziek, zingen, dansen

Gildebroeders maakt plezieren
Ik ben een ferme sterke jongen
Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
Op meisjes in den rondedans


Canons

Als de kat van huis is dansen de muizen
Din din din dy kwam fan Brugge
Drie ganzen in het haverstro
Kling klang kling klang over het woud
Komt en laat ons dansen springen
Viva viva la musica
Waar ik ga waar ik sta
Zomer is 't in bos en velden
't Zonnetje schijnt zoo heerlijk schoon


Zuid-Afrikaanse liedjes

Jan Pierewiet
Mama ik wil een man hê
My Sarie Marais












Bovenstaande liedjes
chronologisch.


Klik op de betreffende beginregel
om naar de pagina te gaan waarop het liedje te vinden is.


Middeleeuwse liederen
(opgetekend voor 1550)

Arge winter gij zijt koud
Alle mijn gepeis doet mij zo wee
Daar gingen twee gespeelkens goed
Daar staat een klooster in Oostenrijk
Daar was een sneeuwwit vogeltje
Het daghet in den oosten
Egidius waer bestu bleven
Gekwetst ben ik van binnen
Heer Halewijn zong een liedekijn [waarsch.]
Ik stond op hoge bergen
Ik zeg adieu wij twee wij moeten scheiden
Ik zie die morgensterre
Rijk God wie zal ik klagen
Tandernaken al op den Rijn
Het viel een hemels dauwe
Het voer een maagdelijn over de Rijn
Het waait een windeken koel
Het waren twee koningskinderen
Wie was diegene die die loverkens brak
Den winter is een onweerd gast
Die winter is vergangen (schijn)
Die winter is vergangen (virtuit)
Wij willen van den kerels zingen
Het zoude een schamel mersenier















Home     Bronnen     Zoek     Kinderliedjes     Links     Gastenboek     Colofon