In de Overtuin

De website waar muziek in zit !




Home

Volksliedjes A
Volksliedjes B
Volksliedjes C
Volksliedjes D
Volksliedjes E
Volksliedjes F
Volksliedjes G
Volksliedjes H
Volksliedjes I
Volksliedjes J
Volksliedjes K
Volksliedjes L
Volksliedjes M
Volksliedjes N
Volksliedjes O
Volksliedjes P
Volksliedjes R
Volksliedjes S
Volksliedjes T
Volksliedjes U
Volksliedjes V
Volksliedjes W  /  Wi
Volksliedjes IJ
Volksliedjes Z

Wilhelmus

Volkslied provincies

Zoek !





















Info

Inhoud website:
volksliedjes - nederlandse volksliedjes Z - ruim 150 oude bekende traditionele volksliederen - complete teksten klassieke oude liedjes tekst en muziek nederlands volkslied nederland nederlands lied liedje nederlandstalig volksliedje nederlandstalige liederen

Trefwoorden: songtekst songteksten songtext liedtekst liedteksten ouderwets ouderwetse liedjes van vroeger liederen uit grootmoeders tijd nederlandse liedjes nederland holland hollandse liedjes liedboekjes zingen meezingen oud liedje uit het verleden jeugd vorige eeuw auteur componist volksmuziek liedblaadjes muziekgeschiedenis

Varianten: het zonnetje schijnt zo heerlijk schoon heldere toon
Nederlandse volksliedjes
 ∼  Z  ∼ 


               




Zachtjes klinkt het avondklokje,
alles keert ter ruste weer.
Vogelen zingen treurige liederen,
't zonlicht daalt in het westen neer.

Achter in het stille klooster,
zusters in hun zwarte dracht.
Zij verplegen daar de lijders,
die gewond zijn aangebracht.

Beide deuren staan wijd open
en een zuster treedt daarin
met een jongeling in haar armen
die nooit weer ten strijde ging.

Beide benen afgeschoten
en daarbij een rechterhand,
want hij had zo trouw gestreden
voor zijn eer en vaderland.

Aan de deur van 't stille klooster
klopt een droeve moeder aan:
Ligt m'n zoon hier, zwaar gewond soms?
'k Zou zo gaarne tot hem gaan.

Arme moeder, sprak de zuster,
uwe zoon, hij leeft niet meer,
al zijn lijden, is geweken,
hij stierf voor zijn land en eer.

Bij het ziekbed aan gekomen
nam zij 't witte doodskleed af
en in tranen, stort zij neder,
delf voor hem en mij een graf.

Op het kerkhof ligt begraven
ene moeder en haar zoon.
En nu strijden zij voor eeuwig,
ja, voor eeuwig voor Gods troon.


19e-eeuwse vertaling uit het Duits:
'Leise tönt die Abendglocke' (ca. 1870).







Zomer is 't in bos en velden,
koekoek roept in 't hout.
Over bloemen bijen zoemen,
groener wordt het woud.
Koe-koe-koek!
't Vee gaat uit de donk're stallen
naar de weide toe.
Door de lucht vol blij gerucht
klinkt hel de roep: koekoek!
Zing koe-koe-koek
roep steeds maar koekoek:
wij worden 't nimmer moe!


Canon.






't Zonnetje gaat van ons scheiden
't avondrood kleurt weer het veld
zoete rust mogen wij beiden
nog door geen zorgen gekweld.

Refrein:
Hoort gij hoe 't klokje met lieflijke klank
ons weer naar huis roept tot bede en tot dank?
Lui nu, o klokje, lui voort
slapen wij straks ongestoord.

Schemering daalt op de dreven
de avondster glanst weer van ver
straks staat Gods naam weer geschreven
schitt'rende in sterre bij ster.

Refrein.

Welkom, verkwikkelijke avond
dank, die uw zoet heeft bereid
rust na den arbeid hoe lavend
God heeft ons 't leger gespreid.

Refrein.


Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).







't Zonnetje schijnt zoo heerlijk schoon.
't Vogeltje zingt op held'ren toon.
' Windje suist zoo zacht, ja het zingt met ons mee.
In de weiden dartelt het jolige vee.
Lustig klinkt mijn lied, wie zingt met mij mee?


Canon.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).







Het zoud' een schamel mersenier
koomanschepe leren.
Hij hiet Anin Tutebier;
hij konst' hem wel generen.
Daar hij zijnen kanis droeg,
een jonkvrouwe riep 'n ende zo loech:
Komt hierna goed meerseman.

Refrein:
Naalden, spellen, trompen, bellen!
Ik wil mijn mers' hier nederstellen;
laat zien of ik verkopen kan.

Als hij de schone vrouw anezag,
hij sprak: Ik wil mijn mers ontslaan:
ik hebbe getsanterd al den dag,
in heb ene mite niet ontvaân.
Zijnen kanis hij ontsloeg.
Jonkvrouwe, nu zoekt al uw gevoeg,
Want ik u wel der baten jan.

Refr.

- Merseman, zeid' ze, lieve gezelle,
ik heb een kleine kokerkijn.
Ik vind hierin no naalde, no spelle,
die wel voegen zoude daarin.
Hier zijn grote ende daartoe kleine,
maar ik ne vinde niet dat ik meine.
- Jonkvrouwe, wat spellen wildij dan?

Refr.

- Jonkvrouw', ik heb een spellekijn
dan es niet aldus kleine!
- Knape, wel moettij komen zijn:
gij weet wel wat ik meine.
Wildij de spelle verkopen niet,
zo leen ze mij, of gij 't gebiedt.
Ik zal 't u lonen, bij Sinte Jan!

Refr.

Hij nam de jongvrouwe bij der hand,
zij gingen onder hem beiden.
De spelle, dat zo te poonte vand,
zone wild' er niet of scheiden:
Knape, houd mij dit spellekijn,
het zal u wel vergouden zijn,
want beter spelle ik nie gewan!

Refr.


Middeleeuws lied.

schamel mersenier: arme koopman / kanis: mars (korf) /
spellen: spelden / trompen: trompetjes / mers: mars (koopwaar) /
getsanterd: zingend waar aanprijzen /
mite niet ontvaan: geen cent ontvangen

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Handschrift Gruuthuse (1400)
Pollmann en Tiggers (1977) (zie: Bronnen).









Zachtjes klinkt het avondklokje.
Afbeelding van een originele roldoek ('smartlap')
die door 19e-eeuwse liedzangers werd gebruikt
ter illustratie bij hun lied.




               






Home     Bronnen     Zoek     Kinderliedjes     Links     Gastenboek     Colofon