De paden op, de lanen in,
vooruit met flinken pas,
met stralend oog en blijden zin
en goed gevulde tas.
De zonne lacht ons vrolijk toe,
ons groet der voog'lenzang
en wij we worden vast niet moe,
al wand'len w' uren lang.
Tra-ta-ta-ta bom bom,
tra-ta-ta-ta bom bom,
al wand'len w' uren lang.
Marcheren is gezond voor 't bloed,
verruimd wordt d'enge borst,
't versterkt de spier van been en voet,
't wekt eetlust op en dorst.
Daarom vooruit en in de maat
zo netjes als 't maar kan,
nu 't eensgezind en ord'lijk gaat
heeft elk plezier ervan.
Tra-ta-ta-ta bom bom,
tra-ta-ta-ta bom bom,
heeft elk plezier ervan.
Bekend onder de titel: Marsliedje.
Tekst: A.L. de Rop.
Muziek: R. Hol.
Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).
Plompaard en zijn wuvetje
ze zijn te merkt gegaan
drie uurtjes voor den dage, dage, dage, dage,
drie uurtjes voor den dage
ze zijn te merkt gegaan.
Als ze te Burburg kwamen,
te Burburg op de merkt,
ze braken al de eiers, eiers, eiers, eiers,
ze braken al de eiers,
de butter viel in het slijk.
Plompaard, zeide zij, Plompaard,
loopt huiswaarts, haalt den haak.
Wij zullen de butter uittrekken, trekken, trekken, trekken,
wij zullen de butter uittrekken
voordat z' in gronde gaat.
't En is wel om de butter niet,
't en is maar om den doek,
'k en scheurd' hem maar gister'n aven, aven, aven, aven,
'k en scheurd' hem maar gister'n aven
van Plompaards beste broek.
Hebt gij van mijne beste broek
een butterkleed gemaakt?
'k En heb mijn levensdage, dag, dage, dage,
'k en heb mijn levensdage
een zulk bot wuf gehad!
Dit lied is o.m. opgenomen in:
Coussemaker (1856)
Pollmann en Tiggers (1977) (zie: Bronnen).

David Teniers,
Muziek in een herberg, 1635.
|