O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag,
wat wappert gij fier langs den vloed!
Hoe klopt ons het harte van vreugd en ontzag,
wanneer het uw banen begroet!
Ontplooi u, waai uit nu, bij nacht en bij dag!
Gij blijft ons het teeken, o heilige vlag,
van trouw en van vroomheid, van vroomheid en moed,
van trouwe en van vroomheid en moed.
Of is niet dat blauw in zijn smetlooze pracht,
der trouw onzer vad'ren gewijd?
Of tuigt niet dat rood van hun manlijke kracht
en moed in zoo menigen strijd?
Of wijst niet die blankheid, zoo rein en zoo zacht,
op vroomheid, dien zegen van Gode verwacht,
den zegen, die eeni, die eenig gedijt,
den zegen die eenig gedijt?
Waai uit dan, o vlag, zij een tolk onzer beê,
om trouw en om vroomheid en moed.
De wereld ontzie u op golven en rêe
maar daaldet gij ooit op den vloed:
wij heffen uw wit uit de schuimende zee
en voeren naar 't blauw van den hemel u mee,
al kleurt zich, al kleurt zich uw rood met ons bloed,
al kleurt zich uw rood met ons bloed!
Bekend onder de titel: Vlaggelied.
Tekst: J.P. Heije.
Muziek: W. Smits.
Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).
O Nederland, let op uw zaak,
de tijd en stond is daar,
opdat nu in den hoek niet raak'
uw vrijheid, die voorwaar
uw ouders hebben dier gekocht
met goed en bloed en leven
want zij werd nu gans en t'enemaal gezocht
tot niet te zijn verdreven.
Neemt acht op uwer landen staat:
uw volk en steden meest
zijn sterk, en daar is raad en daad
vanouds altijd geweest.
Uw adel is manhaftig vroom,
men vindt niet haars gelijken.
Houdt den Spanjaard doch, ik bid u, in den toom,
dat hij van ons mag wijken.
Beschut, beschermt, bewaart uw land,
let op het Spaans bedrog,
ei, laat niet nemen uit uw hand
uw previlegiën toch,
maar toont u elk een man vol moed
in 't houden van uw wetten.
Bovenal dient God en valt hem steeds te voet
dat hij op u mag letten.
Geuzenlied.
dier: duur / tot niet te zijn verdreven:
men tracht de vrijheid nu geheel te vernietigen / vroom: dapper
Dit lied is o.m. opgenomen in:
Valerius (1626)
Pollmann en Tiggers (1977) (zie: Bronnen).
Op de grote stille heide
dwaalt de herder eenzaam rond,
wijl de wit gewolde kudde
trouw bewaakt wordt door zijn hond.
En al dwalend ginds en her,
denkt de herder: "Och hoe ver,
hoe ver is mijn heide,
hoe ver is mijn heide, mijn heide".
Op de grote stille heide
bloeien bloempjes lief en teer,
pralend in de zonnestralen
als een bloemhof heinde en veer.
En tevreden met een karig loon,
roept de herder: "O, hoe schoon,
hoe schoon is mijn heide,
hoe schoon is mijn heide, mijn heide!"
Op de grote stille heide
rust het al bij maneschijn,
als de schaapjes en de bloemen
vredig ingeslapen zijn.
En terugziende op zijn pad,
juicht de herder: "Welk een schat,
hoe rijk is mijn heide,
hoe rijk is mijn heide, mijn heide!"
Tekst: P. Louwerse.
Muziek: J. Worp.
Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).
Op meisjes, in den rondedans,
nu weeft een bonten bloemenkrans
en slingert in de rijen.
Wij zijn zoo jong, ons hart is blij
dat is zoo groot verblijen.
Wij zijn zoo jong, ons hart is blij
dat is zoo groot verblijen.
Op meisjes, zingt een blijde wijs
de wereld is een paradijs
wij dansen en wij zweven.
Wij zijn zoo jong, ons hart is blij
dat is een vroolijk leven.
Wij zijn zoo jong, ons hart is blij
dat is een vroolijk leven.
Op menschen, zingt en danst als wij
Komt, sluit u in de bonte rij
en zingt langs alle wegen.
Wij zijn zoo jong, ons hart is blij
dat is een groote zegen.
Wij zijn zoo jong, ons hart is blij
dat is een groote zegen.
Bekend onder de titel: Dansliedje.
Tekst: Marie Koenen.
Muziek: J. Reckers.
Dit lied is o.m. opgenomen in:
Kun je nog zingen (1972) (zie: Bronnen).
L'oiselet a quitté sa branche
et voltige par le monde.
L'oiselet a quitté sa branche
et regrette le nid désert.
Il pleure, il pleure
sa belle Alpe blanche et son sapin vert.
Il pleure, il pleure
Alpe blanche et son sapin vert.
L'oiselet a couru le monde
visité la terre entière.
L'oiselet a couru le monde
et regrette le nid désert.
Il pleure, il pleure
sa belle Alpe blanche et son sapin vert.
Il pleure, il pleure
Alpe blanche et son sapin vert.
Et lassé de la terre entière
l'oiseau, l'aile fatiguée
et lassé de la terre entière
vient mourir dans son nid désert.
Qu'il meure, qu'il meure
près de l'Alpe blanche et du sapin vert.
Qu'il meure, qu'il meure
près de l'Alpe et du sapin vert.
Frans chanson.

Jan Hermensz. van Bijlert,
Muziekgezelschap, ca. 1640.
|