nederlandse liedjes liedjessite liedjeswebsite







In de Overtuin

De website waar muziek in zit !








Home

Volksliedjes A
Volksliedjes B
Volksliedjes C
Volksliedjes D
Volksliedjes E
Volksliedjes F
Volksliedjes G
Volksliedjes H
Volksliedjes I
Volksliedjes J
Volksliedjes K
Volksliedjes L
Volksliedjes M
Volksliedjes N
Volksliedjes O
Volksliedjes P
Volksliedjes R
Volksliedjes S
Volksliedjes T
Volksliedjes U
Volksliedjes V
Volksliedjes W  /  Wi
Volksliedjes IJ
Volksliedjes Z

Wilhelmus

Volkslied provincies

Zoek op alfabet / thema

































Info

Inhoud website:
volksliedjes - nederlandse volksliedjes I - ruim 150 oude bekende traditionele volksliederen - tekst en muziek - midi bladmuziek - complete teksten klassieke oude liedjes tekst en muziek nederlands volkslied nederland nederlands lied liedje nederlandstalig volksliedje nederlandstalige liederen

nederlandse volksliedjes nederlands volksliedjes bladmuziek volksliedjes.nl volksliedjes midi volksliedjes teksten

Trefwoorden: songtekst songteksten songtext liedtekst liedteksten ouderwets ouderwetse liedjes van vroeger liederen uit grootmoeders tijd nederlandse liedjes nederland holland hollandse liedjes liedboekjes zingen meezingen luisteren beluisteren oud liedje uit het verleden jeugd vorige eeuw auteur componist volksmuziek liedblaadjes muziekgeschiedenis

met muziek melodie mp3 midi bladmuziek muzieknotatie met noten muzieknoten notenschrift wijs wijsje pianomuziek piano

Varianten: ik zeg adieu wij twee wij moeten scheiden Michiel de Ruyter Michiel de Ruiter Michiel de Ruijter
Nederlandse volksliedjes
 ∼  I  ∼ 


   




Ik ben een ferme, sterke jongen
en ken gelukkig geen verdriet
ik heb Goddank twee goeie longen
en zing daarom een vroolijk lied.

Refrein:
Tralalala, tralalala, tralalala, tralalala
dat zing ik vroeg, dat zing ik laat
dat zing ik thuis en op de straat
tralalalalalalala, tralalalalalalala.

Ik ben vooraan bij alle pretjes
geen mensch die meer daarvan geniet
maar overal hou ik mij netjes
en steeds fatsoenlijk is mijn lied.

Refrein.

Mocht somtijds iemand op mij kijven
dan lach ik niet dat men het ziet
maar kan toch ernstig niet goed blijven
en neurie zachtjes dan mijn lied.

Refrein.

Getrouw en eerlijk wil ik wezen
en ook aan vlijt ontbreekt het niet
in bei mijn oogen kan je 't lezen
en zeker hoor je 't aan mijn lied.

Refrein.

En word ik groot en krijg ik zorgen
en moog'lijk kommer en verdriet
'k zoek steun en troost op elken morgen
bij God den Heer en bij mijn lied.

Refrein.


bladmuziek     (vergroting volgt)

Bekend onder de titel: 'De vroolijke jongen'.

Alternatief 1e couplet voor meisjes:
    Ik ben een jong en jolig meisje
    en ken gelukkig geen verdriet
    ik hoor zoo graag een aardig wijsje
    en zing daarom een vroolijk lied.

Tekst: A. Baron.
Muziek: P. Kallenbach.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Ik stond op hoge bergen
ik zag ter zeewaart in.
Ik zag een scheepken drijven
daar waren drie ruitertjes in,
ik zag een scheepken drijven
daar waren drie ruitertjes in.

Den alderjongsten ruiter
die inne dat scheepken was
die schonk mij eens te drinken
die koele wijn uit een glas,
die schonk mij eens te drinken
die koele wijn uit een glas.

Ik breng 't u, haveloos meisjen
dat u God zegenen moet.
Geen ander zoud' ik kiezen
waart gij wat rijker van goed,
geen ander zoud' ik kiezen
waart gij wat rijker van goed.

Ben ik een haveloos meisjen?
Ik en ben 's alleine niet.
In een klooster wil ik rijden
God loon's hem die 't mij ried,
in een klooster wil ik rijden
God loon's hem die 't mij ried.

Hij sprak: Wel schoon jonkvrouwe
als gij in 't klooster gaat
hoe garen zoud' ik weten
hoe u nonnenklederen staan,
hoe garen zoud' ik weten
hoe u nonnenklederen staan!

Maar doen zij in dat klooster kwam
haar vader en die was dood.
Men vand in al mijns heren land
geen rijker kind en was groot,
men vand in al mijns heren land
geen rijker kind en was groot.

De ruiter had haast vernomen
hij sprak: Zaâlt mij mijn peerd
dat zij is in 't klooster gekomen
dat is dat mijn hert zeer deert,
dat zij is in 't klooster gekomen
dat is dat mijn hert zeer deert.

Maar doen hij voor het klooster kwam
hij klopte aan den rink
Waar is de jongste nonne
die hier lest wijding ontvink,
waar is de jongste nonne
die hier lest wijding ontvink?

Dat alderjongste nonneken
en mag niet komen uit
zij zit alhier besloten
ende zij is Jezus' bruid,
zij zit alhier besloten
ende zij is Jezus' bruid.

Zit zij hierin besloten
en is zij Jezus bruid?
Mocht ik z' eens zien of spreken
zij zoude wel komen uit,
mocht ik z' eens zien of spreken
zij zoude wel komen uit.

Dat alderjongste nonneken
ging voor den ruiter staan
haar haarken was afgeschoren
de minne was al gedaan,
haar haarken was afgeschoren
de minne was al gedaan.

Gij meugt wel thuiswaarts rijden
gij meugt wel thuiswaarts gaan
gij meugt een ander kiezen
mijn liefde is al vergaan,
gij meugt een ander kiezen
mijn liefde is al vergaan.

Doen 'k een haveloos meisje was
doen stiet gij mij met den voet.
Had gij dat woord gezwegen
het hadde geweest al goed,
had gij dat woord gezwegen
het hadde geweest al goed!


bladmuziek     vergroting

Middeleeuws lied.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Het Antwerps liedboek (1544)   - boek -   - cd -
Haarlems oud liedboek (1640)
J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (1848)
F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied (1903)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1941, 1956, 1977)
(zie: Bronnen).







Ik zeg adieu, wij twee, wij moeten scheiden
tot op een nieuw zo wil ik troost verbeiden.
Ik late bij u dat herte mijn
want waar gij zijt, daar zal ik zijn.
't Zij vreugd of pijn, 't zij vreugd of pijn
altoos zal ik uw vrij eigen zijn.

Ik dank u, lief, rein minnelijk lief geprezen
voor alle grief, zo wil mij doch genezen.
Deze nijders fel met haar venijn
zij hebben belet ons blijde aanschijn
op dit termijn, op dit termijn
altoos zal ik uw vrij eigen zijn.

Adieu, schoon stad, adieu prieel vol vreugden
rein maagd'lijk vat, daar wij ons saam verheugden.
Gedenk den troost die gij mij bood
gij zijt mijn lief die ik nooit en vlood.
Ik zeg 't u bloot, ik zeg 't u bloot
uw eigen blijf ik tot den dood.


(bladmuziek volgt)    

Middeleeuws lied.

op een nieuw: bij een nieuwe gelegenheid /
uw vrij eigen: geheel de uwe

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Het Antwerps liedboek (1544)   - boek -   - cd -
J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (1848)
F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied (1903)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1941, 1956, 1977)
(zie: Bronnen).







Ik zie die morgensterre
mijns lievekens klaar aanschijn.
Men zal ze wekken met zange
die alderliefste mijn.

Wie is het die daar zinget
ende mij niet slapen en laat?
Hij zal zijn zingen laten
voorwaar zeg ik hem dat.

Dat ben ik, ridder koene
een ridder welgemeid.
Wanneer zuldij 's mij lonen
alle mijn zanges arbeid?

Koomt nog t'avond spade
al voor mijns vaders hof
aldaar zal ik 's u lonen
en zeg daar niemand af.

Den dag die nam een einde
die jongeling kwam aldaar.
Met zinen blanken armen
woude hij ze ombevaân.

Nu staat, jonkheer, stille
ende rijd mij niet te na
ik moet nog eerste weten
wat loon ik zoud' ontvaân.

Bergen ende land, schoon jonkvrouwe
zal u vrij eigen zijn
ende boven alle die daar leven
zuldij die alderliefste zijn.

Zal ik boven alle jonkvrouwen
dijn alderliefsten zijn?
Zo zuldij, ridder koene
mijns lijfs geweldig zijn.

Zij namen daar malkander
zij gingen enen gank
al onder een lindeken groene
die nachtegaal daarop zank.

Daar lagen zij twee verborgen
die lieve lange nacht
van den avond tot den morgen
totdat scheen den lichten dag.


bladmuziek     vergroting

Middeleeuws lied.

welgemeid: vrolijk / u vrij eigen: geheel van u

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Het Antwerps liedboek (1544)   - boek -   - cd -
J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (1848)
F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied (1903)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1977)
(zie: Bronnen).







In een blauwgeruiten kiel
draaide hij aan 't groote wiel
den ganschen dag.
Maar Michieltjes jongenshart
leed ondragelijke smart.
A-ach, a-ach, a-ach, a-ach!

Als matroosje vlug en net
heeft hij voet aan boord gezet
dat hoorde zoo.
Naar Oostinje, naar de West
jongens, dat gaat opperbest!
Hojo, hojo, hojo, hojo!

Daar staat Hollands Admiraal
nu een man van vuur en staal
de schrik der zee.
't Is een Ruiter naar den aard
glorierijk zit hij te paard!
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee!


bladmuziek     vergroting

Lied bekend onder de titel: 'Een draaiersjongen'.

Michieltje: Michiel Adriaenszoon de Ruyter (1607 - 1676).

Tekst: A.L. de Rop.
Muziek: R. Hol.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Lange, Riemsdijk en Kalff, Nederlandsch volksliederenboek (1913)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1911, 1938, 1972)
(zie: Bronnen).







In 't groene dal, in 't stille dal
waar kleine bloempjes groeien
daar ruischt een blanke waterval
en druppels spatten overal
om ieder bloempje te besproeien
ook 't kleinste,
om ieder bloempje te besproeien
ook 't kleinste.

En boven op der heuv'len spits
waar forsche boomen groeien
daar zweept de stormvlaag fel en bits
daar treft de rosse bliksemflits
en splijt, bij 't daav'rend onweerloeien
den grootste,
en splijt, bij 't daav'rend onweerloeien
den grootste.

Omhoog, omlaag, op berg en dal
ben 'k in de hand des Heeren!
Toch kies ik, als ik kiezen zal
mijn stille plek, mijn waterval
toch blijf ik steeds, naar mijn begeeren
de kleinste,
toch blijf ik steeds, naar mijn begeeren
de kleinste.


bladmuziek     vergroting

Bekend onder de titel: 'De kleinste'.

Tekst: J.P. Heije.
Muziek: J. Beltjens.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
J.P. Heije, Nederlandsche liederen (1867)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1911, 1938, 1972)
(zie: Bronnen).







In naam van Oranje, doet open de poort!
De Watergeus ligt aan de wal.
De vlootvoogd der Geuzen, hij maakt geen akkoord
hij vordert Den Briel of uw val.
Dat is het bevel van Lumey op mijn eer
en burgers, hier baat nu geen tegenstand meer.
De Watergeus komt om Den Briel,
de Watergeus komt om Den Briel!

De vloot is met vijfduizend koppen bemand
de mannen zijn kloek en vol vuur.
Een oogenblik nog en zij stappen aan land
zij wachten bericht binnen 't uur.
Gij moogt dus niet dralen, doet open de poort!
Dan nemen de Geuzen terstond zonder moord
bezit van de vesting Den Briel,
bezit van de vesting Den Briel!

Komt, geeft de verzeek'ring, 'k moet spoedig terug
de klok heeft het uur reeds gemeld.
Ik zeg 't u, geeft gij mij de sleutels niet vlug
dan is reeds uw vonnis geveld.
De wakkere Geuzen staan tandknersend daar
zij wetten hun zwaarden en maken zich klaar
en zweren: den dood of Den Briel,
en zweren: den dood of Den Briel!

Hier dringt men naar buiten, daar schuilt men bijeen
en spreekt over Koppelstoks last.
De stad in hun handen of anders den dood
't besluit tot het eerste staat vast!
Maar nauw'lijks is hiermee de veerman gevleid
of Simon de Rijk heeft de poort gerammeid
en zoo kwam de Geus in Den Briel,
en zoo kwam de Geus in Den Briel!


bladmuziek     (vergroting volgt)

Lied over de inneming van Den Briel (1572) tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

Bekend onder de titel: 'Een liedje van Koppelstok, den Veerman'.
Jan Pieterszoon Koppestok (ook wel, foutief, Koppelstok) was een veerman die bij de inneming van Den Briel een grote rol speelde.

Tekst: A.J. Schooleman (1872).

Dit lied is o.m. opgenomen in:
M.A. Brandts Buys, Gezelschapsliederen Oud en Nieuw (1875)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).







't Is Sint Anna die komt aan
hé courage viva!
Wij zullen t'zamen dansen gaan
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!

Dochter, hebt gij een vrijer?
hé courage viva!
Ja moeder, 'k heb er twee
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!

Dochter, kiest den rijke
hé courage viva!
En laat den arme kijken
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!

Den rijke, moeder, wil ik niet
hé courage viva!
Den armen is mijn zoete lief
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!

Den rijke draagt zijn oren bloot
hé courage viva!
Den arme ligt op mijnen schoot
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!

Den rijke draagt gekleurde schoen
hé courage viva!
den armen heeft dat niet van doen
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!

Dochter uw fortuin is goed
hé courage viva!
Let wel op wat je doet
hé courage viva, sa sa,
hé courage viva!


bladmuziek     vergroting

De feestdag van Sint Anna, de moeder van Maria, valt op 26 juli.

Beginregel ook: ''t Avond gaat ons feeste aan'. Coupletten:
't Avond gaat ons feeste aan / Wij willen samen dansen gaan
Dochter hebt g'een vrijer? / Ja, moederlief, ik heb er twee
Dochter, kies de rijke / En laat de arme kijken
Moeder, 'k wil de rijke niet / De arme is mijn zoete lief.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
E. de Coussemaker (1856)
F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied (1903)
L. van Gemert, Zing (1959)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1956, 1977)
(zie: Bronnen).









J. M. Molenaer,
Musicerende familie, ca. 1635.
- Frans Halsmuseum -




©  copyright bladmuziek en muziek:
klik hier.

   




Home       Kinderliedjes

Bronnen       Zoek       Links       Gastenboek       Colofon