nederlandse liedjes liedjessite liedjeswebsite







In de Overtuin

De website waar muziek in zit !








Home

Volksliedjes A
Volksliedjes B
Volksliedjes C
Volksliedjes D
Volksliedjes E
Volksliedjes F
Volksliedjes G
Volksliedjes H
Volksliedjes I
Volksliedjes J
Volksliedjes K
Volksliedjes L
Volksliedjes M
Volksliedjes N
Volksliedjes O
Volksliedjes P
Volksliedjes R
Volksliedjes S
Volksliedjes T
Volksliedjes U
Volksliedjes V
Volksliedjes W  /  Wi
Volksliedjes IJ
Volksliedjes Z

Wilhelmus

Volkslied provincies

Zoek op alfabet / thema

















Info

Inhoud website:
volksliedjes - nederlandse volksliedjes G - ruim 150 oude bekende traditionele volksliederen - tekst en muziek - midi bladmuziek - complete teksten klassieke oude liedjes tekst en muziek nederlands volkslied nederland nederlands lied liedje nederlandstalig volksliedje nederlandstalige liederen

nederlandse volksliedjes nederlands volksliedjes bladmuziek volksliedjes.nl volksliedjes midi volksliedjes teksten

Trefwoorden: songtekst songteksten songtext liedtekst liedteksten ouderwets ouderwetse liedjes van vroeger liederen uit grootmoeders tijd nederlandse liedjes nederland holland hollandse liedjes liedboekjes zingen meezingen luisteren beluisteren oud liedje uit het verleden jeugd vorige eeuw auteur componist volksmuziek liedblaadjes muziekgeschiedenis

met muziek melodie mp3 midi bladmuziek muzieknotatie met noten muzieknoten notenschrift wijs wijsje pianomuziek piano

Varianten: Galatea siet den dagh comt aen Galathea ziet den dag komt aan Galatea zie de dag komt aan
Nederlandse volksliedjes
 ∼  G  ∼ 


   




-  Galathea siet den dach comt aen.
   Galathea siet den dach comt aen.
-  Neen mijn lief wilt noch wat marren
   T sijn de starren
   Neen mijn lief wilt noch wat marren
   't is de maen.

-  Galathea 't is geen maneschijn.
   Galathea 't is geen maneschijn.
-  Hoe 't is noch geen een geslagen
   Wat soud 't dagen?
   Hoe? 't is noch geen een,
   't en can den dach niet sijn.

-  Galathea aenschout den hemel wel.
   Galathea aenschout den hemel wel.
-  Las! ick sie den dagerade
   T' onser schade
   Las! ick sie den daegeraedt
   de tijt is snel.

   Waarom duert de nacht niet tot t'avont niet?
   Waarom duert de nacht niet tot t'avont niet?
   Dat wij bleven met ons beyen
   Sonder scheyen
   Bleven vrolyck tot dat ons
   de doot verriedt.

   Nu adieu mijn troost en blijft gesont.
   Nu adieu mijn troost en blijft gesont.
-  Wilt mij noch een kusken geven
   Och mijn leven!
   Jont mij nog een kusken
   van u blije mont.

-  Och mijn leven coomdij t'avont weer?
   Och mijn leven coomdij t'avont weer?
-  Las u moeder mocht het hooren
   En haer stooren
   Maer al sou s'haer stooren ick coom
   even seer.

-  Och mijn hart hoe raeck ick van u hals?
   Och mijn hart hoe raeck ick van u hals?
-  Las den dach en wil niet lijen
   T langer vrijen,
   Danck hebt van u sachte kuskens
   en van als.


bladmuziek     vergroting

marren: wachten / Las: helaas.

Tekst: P.C. Hooft.
Melodie: op de wijs van Willen dan de koeytjens niet of: Gister avont spade.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Apollo of ghesangh der musen (1615)
(zie: Bronnen).







Gekwetst ben ik van binnen
doorwond mijn hart zozeer
die straal van hare minne
stoort mijn hoe langer hoe meer.
Maar wat wil ik troost gaan zoeken veer?
Ik vinds mijn lijden geen verdrag.
Schoon lief, waar ik mijn hene keer
gij zijt alleen die mijn troost geven mag.

Uw gunst heeft mij getogen
gebracht in zwaar verdriet.
Nu slaat op mijn uw ogen
mijn lijde druk aanziet.
Gij buigt mijn hart al waar 't een riet
des ik mij wel beklagen mag.
Och, waar ik ben, 't is al om niet
gij zijt alleen die mijn troost geven mag.

Recht als een roos ontloken
zo staat mijn hoop na dij.
Had ik u, lief, onloken
mijn hart, dat waar zo vrij.
Ik zucht, ik ducht, veel druks ik lijd
om u zo peins ik al den dag.
Al veinst gij, liefken, uw hart voor mijn
gij zijt alleen die mij troost geven mag.

't En zoude mij niet verdrieten
eeuwelijk bij u te zijn
maar nijders tongen die schieten
zo heimelijk haren venijn.
Dus moet ik u, liefken, al is 't mijn pijn
veel min aanspreken dan ik plach.
Houd gunst, nochthans, mijn klaar aanschijn
gij zijt alleen die mijn troost geven mag.

Ai lief, mijn troosterinne
helpt mijn dragen dezen last.
Den knoop van heuser minne
laat immer houden vast.
Dat hart van u noodt mijn te gast
ik wil betalen mijn gelag
daarin te leggen heb ik 't gepast.
Gij zijt alleen die mijn troost geven mag.


(bladmuziek volgt)    

Middeleeuws lied.
Soms toegeschreven aan Margaretha van Oostenrijk (gest. 1530).

straal van minne: pijl v.d. liefde / heuser: hoofse

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Handschrift Remen (1540)
Overijssels Liedboek (1551-1590)
J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (1848)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1956, 1977)
(zie: Bronnen).







Gelukkig is het land
dat God den Heer beschermt.
Als daar met moord en brand
de vijand rondom zwermt
en dat men meent, hij zal
't schier overwinnen al
dat dan, dat dan, dat dan
hij zelf komt tot de val.

De hoeder Israëls
die slaapt noch sluimert ooit.
Hij helpt uit veel gekwels
zijn volk, 't welk was verstrooid
door 't Spaanse boos gebroed
en doet haar nog dit goed
dat zelf, dat zelf, dat zelf
de vijand lopen moet.

Gedankt moet zijn de Heer
de God die eeuwig leeft
dat Hij ons t' zijnder eer
deez' overwinning geeft.
Wat wonder heeft de kracht
des Heren al gewracht!
O Heer, o Heer, o Heer
hoe groot is uwe macht.


bladmuziek     vergroting

Geuzenlied.

Tekst: A. Valerius.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
A. Valerius, Nederlandtsche gedenck-clanck (1591, 1626)
F.R. Coers, Liederen van Groot-Nederland (ca. 1920)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1956, 1977)
(zie: Bronnen).







Gildebroeders, maakt plezieren
met muziek vroeg ende laat!
Laat ons nu de jaarfeest vieren
van de maagd Cecilia.

Zingt, speelt ter ere van deez' maged:
la, sol, fa, mi, re, ut
fa, sol, la, Cecilia!

Spant nu bas, keel en violen
speelt op cither, harp en fluit.
Maakt van vreugde cabriolen
ter ere van dees weerde bruid.

Zingt, speelt ter ere van deez' maged:
la, sol, fa, mi, re, ut
fa, sol, la, Cecilia!

Komt de liefde te vermind'ren
laat ons maar standvastig staan,
gene nijd en kan ons hind'ren
onze gild zal nooit vergaan!

Zingt, speelt ter ere van deez' maged:
la, sol, fa, mi, re, ut
fa, sol, la, Cecilia!

Want dees maged naar Gods herte
hierin zulk behagen vond
dat zij in haar meeste smerte
naar heur harp zo liep terstond.

Zingt, speelt ter ere van deez' maged:
la, sol, fa, mi, re, ut
fa, sol, la, Cecilia!

Laat ons deze bruid maar eren
terwijl dat wij vergaderd zijn.
Zij zal bij den Heer der Heren
bidden dat het zo mag zijn.

Zingt, speelt ter ere van deez' maged:
la, sol, fa, mi, re, ut
fa, sol, la, Cecilia!


bladmuziek     vergroting

Cecilia is de beschermheilige voor musici.
Feestdag Sint Cecilia: 22 november.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
J. Bols, Honderd oude Vlaamsche liederen (1897)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1941, 1956, 1977)
L. van Gemert, Zing (1959)
(zie: Bronnen).









Michiel Versteegh, 1786
Musicerend gezelschap bij kaarslicht.
Vrouwen zingen uit liedboekjes, 18e eeuw.
- rijksmuseum -




©  copyright bladmuziek en muziek:
klik hier.

   




Home       Kinderliedjes

Bronnen       Zoek       Links       Gastenboek       Colofon